GO TRY: Vaste Stok Vissen

GO TRY: Vaste stok vissen!

Vaste stok vissen is bij uitstek de tak van de hengelsport om mee te starten! Met vrienden, vriendinnetjes of de familie lekker naar de waterkant om verschillende soorten vissen te gaan vangen met een ‘simpele’ vishengel en een dobber. Maar welke soorten vissen kun je hiermee vangen?

Vaste stok vissen is bij uitstek de tak van de hengelsport om mee te starten! Met vrienden, vriendinnetjes of de familie lekker naar de waterkant om verschillende soorten vissen te gaan vangen met een ‘simpele’ vishengel en een dobber. Erg veel sportvissers beginnen met het beoefenen van deze tak van de hengelsport. Hiermee kun je gemakkelijk de basistechnieken onder de knie krijgen. Maar welke soorten vissen kun je hiermee vangen?

 

De voorn, de brasem en de zeelt

Verschillende soorten vissen kun je indelen op basis van hoe ze eruit zien en waar ze leven. De voorn, brasem en zeelt noemt men ook wel zoetwatervissen omdat zij voorkomen in plassen, rivieren en beekjes. De voorn is absoluut de meest populaire vissoort van Nederland. Deze mooie zilveren soort vis zwemt graag in scholen en is heel goed met de vaste vishengel te vangen. Een voorn wordt ongeveer 20 centimeter lang. Het visje leeft in scholen en eet veelal plantaardig voedsel, slakken en insectenlarven. Deze vis zwemt meestal dicht op de bodem en komt bij zeer warm weer iets meer richting de oppervlakte. Ondanks dat de voorn relatief klein is, is het een populaire vissoort om op te vissen.

De brasem is volgens sommigen een slijmjurk. En voor velen een geweldige sportvis! Mooi zilverkleurig als ze klein zijn en donkerder naarmate de jaren verstrijken. Een brasem kan wel 60 centimeter lang worden en 2 kilo zwaar. In vrijwel elk water dat groot genoeg is in Nederland komt de brasem voor. De brasem komt bijvoorbeeld voor in grote rivieren, maar ook in polders of kanalen. Deze vis zwemt vooral rond in scholen. Op goede plaatsen graven de brasems in modder en zand, waar ze vervolgens de eetbare bodemdiertjes uitfilteren. Modder en de plantendelen worden dan weer uitgespuugd. Mede hierdoor zijn de brasems dus vooral te vinden in de diepere gedeelten van het water. Door het behoorlijke formaat en de grote aantallen brasems in vrijwel elk water in Nederland is dit een populaire vis voor de hengelsport. Voor de viswedstrijden is deze vis het belangrijkst. Belangrijk bij het vissen op brasem is het visvoer. Het is van groot belang dat er genoeg levend materiaal aan het haakje wordt gedaan. Zo lok je de school naar de visplek en zo blijft deze ook rondzwemmen hier. Het haakaas moet zo stil mogelijk op de bodem blijven liggen. Het favoriete visvoer van de brasem is maden en zoete maïs. Aan het lokvoer wordt meestal ook zoetstoffen of bijvoorbeeld vanille toegevoegd.

De zeelt behoort dankzij zijn rode kraalogen en donkerbruine, groene tot gouden kleur volgens velen tot de mooiste vissoorten die in onze wateren zwemmen. Het vroege voorjaar is de beste tijd om veel zeelt te vangen. Deze vis kan tot wel 70 cm lang worden. Deze vis komt in veel wateren voor waar met name weer onderwatervegetatie te vinden is. Wanneer het water stilstaand of langzaam stromend is, is er een grote kans dat je hier de zeelt kunt vinden. Nederland heeft veel wateren die veel vegetatie bevatten. Hierdoor kun je de zeelt in Nederland veel vinden en is het vaak de meest voorkomende vissoort die er rondzwemt! Het favoriete visvoer van de zeelt is zoete maïs, aardappel of wormen. 

Wat heb je nodig?

Ten eerste, als basis, niet te moeilijk denken! Hoe eenvoudiger, hoe beter. Vooral voor iemand die pas net begint met vissen. Dit heb je nodig: Een hengel, hengelsnoer (visdraad), haakaas en een onthaker. Tenslotte kun je nog wat extra's hier aan toevoegen, zoals een schepnet, hengelstoel, hengelsteun en lokaas. Zo maak je het jezelf zo comfortabel mogelijk en kun je lekker ontspannen gaan vissen!                                  

Welke vishengel moet ik gebruiken?

Je hebt een telescopische, uitschuifbare, vishengel nodig in de lengte 3 tot 5 meter. Hoe langer de vishengel, hoe zwaarder deze ook weer wordt om vast te houden. Een kant en klaar hengelsnoer met een dobber, haakje en een uitgebalanceerd aantal loodjes voldoet uitstekend voor een beginnende visser. Een extra aantal onderlijntjes met een haakje maat 10, 12 of 14 is hierbij aan te raden. Je raakt namelijk helaas wel eens een haakje kwijt. Daarnaast heb je om een vis te kunnen vangen natuurlijk visvoer nodig. Je kunt verschillende soorten visvoer aan je haakje doen, zoals brood, mais, soft pellets, maden en regenwormen.

Vergeet tenslotte niet een onthaker! Dit is een echte must have voor het vissen. Zonder goede onthaker is het lastig een vis op de juiste, veilige manier te onthaken. De vis moet tenslotte toch weer lekker vrij kunnen rondzwemmen nadat je deze gevangen hebt!

vis2

De juiste stek

Nu we ons materiaal gekozen hebben, komt natuurlijk de vraag: “Waar gaan we onze vislijn uitwerpen?” Het is belangrijk dat waar jij je vishengel uit gaat gooien ook echt vissen zwemmen. Vissen houden zich meestal op aan beschutte plekken: denk aan overhellende bomen, waterplanten, pijlers, duikers, aan bruggen. Kijk dus altijd even naar deze plekken en houd je aan de regels van je visvergunning. Je herkent ook vaak vishengel plekken of stekken aan ‘gesleten oevers’ en of steigers. Je kan ook kiezen voor een lokale visvijver wat alles net wat makkelijker maakt. Peilen betekent dat je je visaas uitgooit op de juiste diepte. Juist peilen levert meer succes op en we doen dit door een peilloodje aan de haak te bevestigen en zo onze haak vlakbij de bodem te presenteren. Gaat de dobber onder, dan vis je te ondiep. Voel je het loodje de grond raken en hangt je dobber nog in de lucht, dan vis je ook te diep.

Eens op je vishengel plek aangekomen kan je overgaan tot het installeren van je complete visuitrusting. Je hengelstoel plaatsen, hengelsteun op de juiste plaats net naast je stoel en dan uiteraard, het monteren van het hengelsnoer aan je hengel. Da kan eenvoudig door middel van een lusje dat snel aan het haakje op je hengel bevestigd kan worden. Vergeet niet het haakaas aan je haakje te doen… vissen maar! Om extra vis naar je stek te lokken gebruik je lokvoer. Lokvoer kun je kant en klaar kopen bij Decathlon. Het lokvoer meng je aan met water. Net zoveel totdat je er mooie ballen van kunt maken ten grote van een mandarijn. Deze kan je vervolgens vlak rond je dobber gooien om de vissen naar je haakje te lokken.

Gebruik bij het vangen van een brasem of zeelt altijd een schepnet. Dit om de vis veilig op de kant te krijgen. Onthaak de vis voorzichtig met natte handen. Leg de vis steeds op een natte ondergrond of matje. Maak gewenst een foto en zet de vis weer terug in het water. Zodra de dobber ondergaat, op en neergaat, wegzwemt of plat gaat liggen moet je met je hengel een tik geven zodat de haak gezet kan worden. Het gevecht kan beginnen, de dril start. Doe dit rustig en overbelast je materiaal niet door te hard te trekken maar maak de vis rustig aan moe!

Vissen? Neem altijd de VISpas mee!

Vanaf de leeftijd van 14 jaar is het VERPLICHT om overal waar je vist aan openbaar water in het bezit te zijn van een geldige VISpas. Met de VISpas kun je vissen in alle wateren die in de bijbehorende Lijsten van viswateren zijn ingebracht, ruim 90% van het Nederlandse oppervlaktewater (met maximaal twee vishengels). Nog geen 14 jaar? Dan mag je zonder VISpas vissen mits je onder begeleiding van een ouder iemand met VISpas vist en uitsluiten met 1 hengel vist. Je riskeert een forse boete van minimaal 90 euro als je niet met de juiste schriftelijke toestemming, in de meeste gevallen een VISpas, vist. Dat kan oplopen tot zelfs enkele honderden euro’s.

 

 

NAAR BOVEN